Opiniebijdrage Dichter fan Fryslân LC 20 oktober 2018

20/10/2018

De Dichter fan Fryslân, Eeltsje Hettinga, vestigt de aandacht op een Fries-Surinaamse link in het Surinaamse volkslied. Lees hier de opiniebijdrage van de Dichter van Fryslân in de Leeuwarder Courant van 20 oktober 2018.

 

 

De ontstaansgeschiedenis van het Surinaamse volkslied heeft een behoorlijk Fries gehalte. De oorspronkelijke tekst, die begint met de regel ‘Suriname’s trotse stromen’, werd geschreven door de Friese predikant Cornelis Atses Hoekstra (1852-1911) op een uit 1876 daterende melodie van de Friese onderwijzer J. C. de Puy.

Ruim een halve eeuw later herschreef de Surinaamse dichter, onderwijzer en bibliothecaris Trefossa de tekst van het lied dat in 1959 het officiële volkslied van Suriname zou worden, een uit twee coupletten bestaand gedicht, het eerste in het Nederlands, het tweede in het Sranantongo.

Trefosssa behield twee regels van het oorspronkelijke in 1893 geschreven gedicht van Cornelis Atses Hoekstra, een Lutherse predikant, geboren in Hallum.

Het gedicht werd in eerste instantie gezongen als zondagsschoolliedje, maar werd begin vorige eeuw zo populair dat het decennialang zou worden gebruikt als het officieuze Surinaamse volkslied.

Taalkundige en vertaalster Welmoed de Boer, afkomstig uit Damwoude, maar sinds jaar en dag wonend en werkzaam in Paramaribo, laat weten dat de melodie van De Puy volgens schrijver, dichter en muziekpedagoog Rudy Bedacht is gebaseerd op een oud, Fries kinderversje uit de 19de eeuw. ‘Welk liedje dat geweest is, moet ik nog uitzoeken.’
Anders gezegd: de relatie tussen Surinamers en Friezen is meer dan het gebeuren op de A7. In 1952 publiceerde het literaire tijdschrift de Tsjerne het zogenaamde Suriname-nummer waarvoor een aantal Surinaamse schrijvers en dichters een bijdrage leverden.

Ze zochten aansluiting bij de Friese literatuur. Ze herkenden elkaar in hun minderheidspositie. ‘Meer dan waar ook in Nederland kunnen de Surinamers in Friesland rekenen op begrip en sympathie’, schreef Fedde Schurer uit naam van de redactie in het voorwoord.

Het nummer fan de Tsjerne is ook te vinden in The Black Archives. Mitchell Esajas, een van de oprichters van The Black Archives: ‘Destijds zagen Friezen en Surinamers kennelijk zo veel overeenkomsten met elkaar dat ze zo’n gezamenlijk project op touw hebben gezet. Ze herkenden elkaar in een gedeelde ervaring van de onderdrukking van hun taal en cultuur.’

Esajas veronderstelt dat er toendertijd, in de jaren vijftig, tussen allerlei onderdrukte groeperingen meer solidariteit werd ervaren dan nu. ‘Het is allemaal erg individualistisch geworden.’

Over de tekst van het Surinaamse volkslied zijn talloze debatten gevoerd. Rudy Bedacht, over wiens leven en werk binnenkort in het Surinaamse opinietijdschriftParbodeeen groot artikel verschijnt, was van mening dat de melodie van de Friese toondichter De Puy te koloniaal was. Bedacht schreef zelf een nieuwe melodie, deze heeft echter nooit een officiële status gekregen.

De Surinaamse dichter-schrijver Edgar Cairo sprak ooit van een stompzinnig versje, zo traditioneel Hollands als de pest.

‘Hij vroeg zich af,’ schrijft surinamist Michiel van Kempen in Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur, ‘hoe het mogelijk was dat een volk onder warme en antoesjaste tropische sferen, met een heerlijk temperament, zó’n afgesleten oubollig rijmpje met een maatslepende Wilhelmusachtige melodie aksepteert! Joost van den Vondel zou zich ervoor schamen! (Vaarwel, o Surinaam, verwacht ene andere melodije.)’

De Dichter van Fryslân schrijft het Groot Fries Dictee

03/02/2020

Na het succes van het Groot Fries Dictee van 2018 met meer dan 600 deelnemers, wordt er dit jaar op 21 april weer een ‘gewoon’ Groot Fries Dictee georganiseerd in de Statenzaal van het Provinciehuis in Leeuwarden. Het dictee wordt deze keer geschreven door de Dichter van Fryslân, Nyk de Vries.

Nationale Gedichtendag

30/01/2020

Vandaag gaat de poëzieweek van start met de Nationale Gedichtendag. Nyk de Vries, Dichter fan Fryslân, schreef speciaal voor deze dag het gedicht ‘Ongewis’.