Begin

Dit is hoe het begint. Je komt thuis en blijft staan
bij het aanrecht. Het is na twaalven. Het huis is
kalm, maar jij bent het niet.

Wat je buurvrouw riep, aan het eind van de avond,
dat sloeg nergens op. Je zei er wat van, maar de rest
viel haar bij.

Het zint je niet. Het maalt door je hoofd. Mensen
zijn zo zeker. Ze praten zo graag. Je trekt een kastje
open en reikt omhoog.

Gelukkig is er een halve zak Croky.

*

De zak is snel leeg. En opnieuw vreet je jezelf op.
Je stapt in bed, je hoort het vertrouwde gesnurk
naast je, maar het helpt niet.

Je monoloog gaat door. Je zoekt naar woorden om
terug te slaan, maar een helder verhaal wil het niet
worden. Je bent de eenling die je vroeger ook al was.

Een club is prachtig als er iets te lachen valt. Hoe
graag praat je niet over ons Friezen. Maar je
sympathie voor de underdog is geen toeval.

Je bent het immers zelf, als het tegenzit.

*

Je ligt thuis, maar vol thuisloze gevoelens. Je hoort
de wind en dan plotseling – misschien moest je
plassen – stap je uit bed.

Zonder dat je er erg in hebt ben je al iets rustiger
geworden. Mensen zijn zo zeker. Even moet je erom
grijnzen. En dan schiet je iets te binnen, een regel,
een paar woorden.

Het is genoeg. Het krijgt al vorm. Als je het kunt
vangen ben je al een heel eind. Je reikt opzij en pakt
ouderwets een pen.

Dat is hoe het begint.