De tocht de taal

‘De OBUS over de stad’
Paul van Ostaijen

 

De stad bedenkt zijn wegen,
groet – Obus, obas –
een vroege morgen nog
zijn schimmen en passanten.

Uit streken, getekend door
stof en sterren, strijkt
het licht met alle zinnen open
de Voorstreek over,

ziet in de erkers boven
de apotheek hoe een vrouw
haar rokken schikt,
met een telefoon aan het oor

de nachtlamp uitknipt
en vertrekt, zoals tijd
een verdwijnen is in een taal
die zich niet laat zeggen.

Het licht, het koekeloert
even door het kattenluik
in de deur bij een broer en
schiet in een flits over de gracht,

waar de schim van een man,
die alleen in zijn verzen
wonen kan, boven een zaak
met stoffen en kleden

een zee aan wolken volgt,
die hem de dromen zingen
van een eiland, ver voorbij
de kleinsteedse dag.

De stad bedenkt zijn wegen,
klopt op de Kelders tegen
vensters en luiken, hoort
in de regen Bij de Put

het stompend geluid van treinen,
op weg naar een donker
oosten, de weggevoerde
stemmen –  hoe tirannen

de woorden omklapten tot
leugens in het uur
van een waanzin waarin
de taal het denken verloor.

De ochtend, een verzopen kat,
breekt open bij het licht
dat uit de termen van de zon
over de drie terpen stuift,

het licht dat – Obus, obas –
trillend als een meisje
in de gedaante van een vis
haar glazen lijfje laat drijven

naar een scheefogende
vuurtoren, met stemmen die
fluisteren: o, kumara, kumara,
tha maidin, maidin mhaith.

En de stad spreekt, houdt
(als een terp de tijd) talen en
tongen in het licht van
dat wat men is: voorbijganger.

 

 

Vertaling: Elske Schotanus

r.36/37 – ‘Tirannen klapten woorden om tot leugens’ is een regel uit het gedicht ‘Wurden’ (‘Woorden’) van Tiny Mulder., r.51 – kumara betekent goedemorgen in het Sranantongo (Suriname)., r.52 – Maidin mhaith betekent goedemorgen in het Iers Gaelic.