De sloten

Melkstaking 1943, bij Oudega
Bouke de Vries (1907-1943)
Broer de Witte (1923-1943)

 

Het leek een dag, licht als in Postma’s dagen,
   kalm lag It Fliet en een en al vis was
het zenit, blinkend boven sloot en plas.
   Hoog boven de groene hoven vouwde
tijd alle dromen open, ‘omvattend
   een denken dat het leven dacht als één.’ *

Ai, stel je dat eens voor! Maar schijn was
   de rust van het genot. Onrust stoof
uit de wolken op, en hier en daar boog
   een toren het hoofd. Als bloed stroomde melk
de vaarten in: een verzet tegen alles wat
   het hart uit ’t diepst van vrijheid haalde.

Hakken klapten tegen slapen en blind
  bezweek de dag bij geweld en geweer.
Zonder engel of god verloopt de tijd,
   even leeg zoals de trein Stavoren-Sneek die
onverschillig nu de horizon tegemoet rijdt.
   Wat laat het leven nog denken als één?

 

 

Vertaling: Elske Schotanus
 
* referentie aan een regel uit de poëzie van de dichter Obe Postma.